NICE Discussiebijeenkomst 2018

11 december 2018

Geachte NICE deelnemer,

 

Donderdag 6 december vond de NICE Discussiebijeenkomst 2018 plaats. Wij kijken terug op een zeer geslaagde NICE dag, waar meer dan 160 geïnteresseerden aanwezig waren. Ook dit jaar hadden alle IC’s toestemming gegeven om gedurende deze dag de anonimiteit op te heffen. Hieronder treft u een overzicht van de hoogtepunten van de dag. Alle presentaties, in gecodeerde vorm, zijn nu ook te downloaden via NICE Online. Als u op de Discussiebijeenkomst aanwezig was kunt u deze code vinden in de brief die u bij aanvang van de bijeenkomst heeft ontvangen. Mocht u deze niet meer hebben of was u niet aanwezig op de Discussiebijeenkomst? Dan kunt u de code voor uw ziekenhuis opvragen door een mail te sturen naar .

 

We danken alle NICE deelnemers die naar de NICE Discussiebijeenkomst 2018 zijn gekomen hartelijk voor hun komst en hopen u weer te mogen verwelkomen op de volgende NICE Discussiebijeenkomst op 24 juni 2020.

 

Was u dit jaar helaas niet in de gelegenheid om aanwezig te zijn? Dan hopen wij u wel te mogen verwelkomen op de volgende NICE Discussiebijeenkomst op 24 juni 2020.

 

Met vriendelijke groet,
Het NICE-team

 

 

Introductie

De secretaris van stichting NICE, Dylan de Lange, gaf een overzicht van de werkzaamheden van het afgelopen jaar en een vooruitblik van hetgeen we in het komende jaar kunnen verwachten. In 2018 is er veel werk verricht op het terrein van de nieuwe AVG. Hiertoe zijn nieuwe contracten opgesteld die NICE met de deelnemers moet aangaan om aan de verscherpte eisen te voldoen. Deze zullen in 2019 naar de deelnemers verstuurd worden. In 2018 is de nieuwe applicatie NICE2Share in gebruik genomen om deelnemers in staat te stellen om binnen samenwerkingsverbanden de NICE gegevens van verschillende ziekenhuizen met elkaar te vergelijken. Hiermee biedt NICE ondersteuning bij de toenemende regionalisatie waarmee IC’s te maken hebben. In 2019 zal gekeken worden naar de mogelijkheden om de data binnen NICE2Share voor langere perioden open te stellen na goedkeuring van alle betrokken IC’s. Vanwege de regionalisatie worden steeds meer patiënten overgenomen vanaf andere IC’s, terwijl dit een exclusiecriterium is van het veelgebruikte APACHE IV model. Er is besloten om bij “intern” gebruik deze exclusiecriteria van het APACHE IV model niet langer toe te passen. Tevens werd een methodologische aanpassing van de funnelplot waardoor per IC een accuratere funnelgrens wordt geproduceerd toegelicht. Als gevolg hiervan zal vanaf heden het aantal verwachte sterfgevallen in plaats van het aantal opnamen op de X-as van de funnelplot worden weergegeven. Tot slot werd bekend gemaakt dat het van Weel-Bethesda ziekenhuis dit jaar de winnaar is van de “beste datakwaliteit award”. Gefeliciteerd!

 

Zorgconsumptie van IC patiënten

IC patiënten kunnen na ziekenhuisontslag nog ernstige en langdurige klachten hebben, welke allemaal leiden tot een verminderde kwaliteit van leven. Zorgconsumptie kan worden gezien als een proxy voor kwaliteit van leven; mensen met een hoge zorgconsumptie hebben vaak een verminderde kwaliteit van leven. Door de zorgconsumptie van IC patiënten te onderzoeken kan een uitspraak worden gedaan over hun kwaliteit van leven voor IC opname en de verandering over de tijd. Hierom is de NICE database in een project gekoppeld aan Vektis (verzekeringsgegevens). Vergeleken met een controle groep uit de Nederlandse bevolking hebben IC patiënten lang voor IC opname hoge zorgkosten, meer huisartsconsulten en meer chronische diagnoses. Tot in ieder geval een jaar na IC ontslag blijven de zorgkosten en het aantal huisartsbezoeken verhoogd. Daarnaast hebben IC patiënten meer nieuwe chronische diagnosen na IC opname. Diverse gremia adviseren IC nazorg om de kwaliteit van leven te verbeteren na ziekenhuisontslag. Omdat IC patiënten al meer contact hebben met de huisarts na IC ontslag, kan de huisarts wellicht een rol spelen in dit zorgtraject. Het uitnodigbeleid voor nazorg kan specifieker gemaakt worden o.b.v. de opnamereden omdat we deze als sterke predictor van nieuw gediagnosticeerde chronische diagnosen hebben gevonden. Daarnaast is het belangrijk dat tijdens het nazorg-traject IC patiënten ook leren omgaan met hun nieuw gediagnosticeerde chronische diagnosen. Recente publicaties over dit onderwerp vindt u op onze website

 

Resultaten trial en toekomstplan kwaliteitsdashboard

In de zomer van 2018 is het onderzoek met 21 IC’s naar de vier nieuwe actiegerichte pijnindicatoren op het online dashboard afgerond. Van het dashboard bestonden twee verschillende versies waarbij de hypothese was dat de één beter zou helpen in het verbeteren van de kwaliteit van zorg dan de ander. Eén van de versies bevatte namelijk een zogeheten toolbox die bestaat uit vooraf gedefinieerde barrières en acties om het de IC’s nog makkelijker te maken actieplannen te maken en verbeteractiviteiten uit te voeren. Met de andere versie van het dashboard moesten IC’s zelf barrières identificeren die konden leiden tot een minder goede prestatie op de indicatoren en wat voor acties zij wilden gaan uitvoeren om deze barrières op te lossen. Beide groepen zijn na zes maanden verbeterd op pijnmanagement. De IC’s met toolbox hebben hierbij een significant grotere verbetering doorgemaakt dan de IC’s zonder toolbox, maar uit de analyses komt niet met zekerheid naar voren of dit te danken is aan de effectiviteit van de toolbox of door het feit dat er in deze groep meer ruimte voor verbetering was. Gebruikers van de toolbox waren wel heel positief en zagen de meerwaarde ervan in, dus als blijkt dat de toolbox daadwerkelijk effectief is, dan zal deze ook ingezet worden voor kwaliteitsverbetering van andere indicatoren zoals die uit de MDS.

 

NICE2Know: resultaten uit onderzoek met NICE data

Het primaire doel van de NICE registratie is natuurlijk IC’s helpen de kwaliteit van zorg te meten en waar mogelijk verbeteren. In deze sessie werd duidelijk dat de NICE database met inmiddels meer dan 1,1 miljoen patiënten ook heel waardevol is voor het doen van klinisch onderzoek. Vier onderzoekers vertelden interessante uitkomsten: Carline Groeneland liet zien dat een langere duur op de SEH voorafgaand aan de IC opname geassocieerd is met een hogere sterfte onder hoog-risico patiënten. Bram Schoe liet zien dat de SOFA score op dag 1 minder geschikt is als voorspellend model voor ziekenhuissterfte onder hartchirurgische patiënten dan het APACHE IV en SAPS II model. Loes Mandiger liet zien dat de overlevingskansen voor out-hospital cardiac arrest (OHCA) patiënten in de afgelopen jaren significant zijn toegenomen, wat kan duiden op verbeterde post-CA zorg. Eén-jaarsoverleving van IC-patiënten opgenomen na een in-hospital cardiac arrest is lager in vergelijking tot IC-patiënten opgenomen na een OHCA. Tot slot presenteerde Evert de Jonge interessante voorlopige resultaten over de associatie tussen de delta natrium (Na+ na 36 uur – Na+ bij opname) en ziekenhuissterfte. Bij licht hyponatriemische patiënten en normonatriemische patiënten lijkt een verhoging van de Na+ spiegel significant geassocieerd te zijn met een toegenomen ziekenhuissterfte. Dit suggereert dat correctie van de Na+ spiegel niet altijd gewenst is, omdat hyponatriemie een beschermende factor zou kunnen zijn.

 

Zorgzwaarte: de objectieve en ervaren werklast en het effect ervan op de sterftekans

De NICE zorgzwaarte registratiemodule beoogt het inzichtelijk maken van de zorgzwaarte van IC-patiënten. Alle deelnemers ontvangen dan ook een overzichtelijke terugrapportage waarin zowel de TISS, NAS als de nieuwe NICE zorgzwaarte scores worden gerapporteerd. In de zorgzwaarte sessies is er ingegaan op projecten die bij NICE plaatsvinden met betrekking tot zorgzwaarte. Uit één project bleek dat het belangrijker is om te kijken naar de hoeveelheid en duur van verpleegkundige handelingen behorend bij een patiënt (NAS) dan naar het aantal patiënten per verpleegkundige om een verhoogd risico op ziekenhuissterfte te voorkomen. Verder is er onderzocht of de NAS de ervaren werklast bij verpleegkundigen goed weergeeft. Uit dit onderzoek blijkt dat een hogere NAS zorgzwaarte leidt tot een hogere ervaren werklast. De tevredenheid van verpleegkundigen wordt niet beïnvloed door de ervaren werklast en NAS zorgzwaarte.

 

Workshop “Is deze patiënt te oud voor de IC”

In navolging op de succesvolle workshop in 2017 bespraken we in deze workshop aan de hand van een fishbone analyse: of u de oudere patiënt wel terecht opneemt. De workshop “Is deze patiënt te oud voor de IC” met Dylan de Lange en Auke Reidinga beoogde samen met de aanwezigen de gestelde vraag te beantwoorden. Na een kort teruggrijpen op de succesvolle workshop van vorig jaar, met het gebruik van de root-root-case analysis middels de fishbone structuur, werden systematisch enige bijdragende factoren besproken. Aan de orde kwamen case-mix factoren zoals opname type, kwetsbaarheid, comorbiditeiten bij opname en uitkomstvariabelen zoals ziekenhuissterfte, 1 jaarsoverleving en kosten. Ook werd een trendanalyse gedaan op de verdeling van ouderen en hun uitkomsten in de tijd. Daarnaast vond er een constructieve discussie en uitwisseling van ervaring plaats met alle aanwezigen. De reis naar het antwoord was goed ook al hebben we het antwoord nog niet bereikt.

 

Co-design van een geïntegreerd en actiegericht NICE kwaliteitsdashboard

Het Dashboard actiegerichte indicatoren met actieplan en toolbox is effectief gebleken voor pijnmanagement. Gebruikers zijn erg enthousiast over het da shboard. Daarom is in deze workshop nagedacht over welke indicatoren uit de MDS, KIIC, SOFA en sepsis registratiemodules geschikt zijn om op vergelijkbare wijze op te nemen in het dasboard. De MDS indicatoren worden vooral gezien als belangrijke algemene indicatoren die je wilt blijven monitoren. Alleen percentage decubitus en ongeplande heropnamen leken geschikt om actieplannen en toolboxes voor te genereren. Binnen KIIC lijken meer indicatoren geschikt voor weergave op het dashboard. Ook binnen de sepsis module zitten actiegerichte indicatoren maar een belangrijk probleem is het achterhalen van het “tijdstip verdenking sepsis” uit routinematig verzamelde gegevens in het EPD. De waarde van de SOFA indicator is nu beperkt omdat er geen informatie beschikbaar is of er wel of geen contact met een andere IC is geweest. Daarnaast hebben groepjes deelnemers zich gebogen over de manier waarop we op een motiverende wijze kwaliteitsteams kunnen prikkelen om in te loggen op het Dashboard en er mee aan de slag te gaan. Hierbij is gebruik gemaakt van diverse gedragstheorieën. Het komend jaar zullen we de suggesties gaan verwerken. We nodigen iedereen uit om verdere input te leveren via info@stichting-nice.nl zodat het dashboard de IC’s in de toekomst nog beter kan ondersteunen bij het verbeteren van de kwaliteit van zorg.

 

Ziekenhuizen op een rij

Traditiegetrouw werden ook dit jaar de resultaten van de deelnemers naast elkaar gezet om deze met de aanwezigen te bediscussiëren. Nieuw dit jaar was het presenteren van de Standardized Resource Use (SRU), een maat voor efficiëntie van de geleverde zorg. De SRU is het totaal aantal behandeldagen voor alle opgenomen patiënten gedeeld door de verwachte behandelduur. De verwachte behandelduur wordt hierbij bepaald door eerst op nationaal niveau de totale behandelduur te delen door het aantal overlevende patiënten gestratificeerd per APACHE IV risicogroep. Vervolgens kan men per IC het aantal overlevende patiënten vermenigvuldigen met deze verwachte behandelduur per risicogroep om zijn totale verwachte behandelduur te bepalen. Met behulp van de SRU en de SMR zijn vier typen IC’s te identificeren: de meest efficiënte IC’s (SMR < P25 EN SRU < P25), de minst efficiënte IC’s (SMR > P75 EN SRU > P75), de overachieving IC’s (lage (<P25) SMR, maar hoge (>P75) SRU) en de underachieving IC’s (hoge (>P75) SMR, maar lage (<P25) SRU). Deze nieuwe uitkomstmaat werd goed ontvangen en zal in 2019 verder doorgevoerd worden in andere feedbackmethoden van de NICE.

 

Discussie Ontregel de zorg

Na een korte introductie werden naast de ontwikkelingen binnen NICE op het gebied van softwareleveranciers, registratiemodules en feedbackmethoden, de beweegredenen om wel of niet deel te nemen aan een bepaalde registratiemodule getoond. Ondanks dat een kleine meerderheid van de deelnemers zich door externe partijen verplicht voelt deel te nemen, neemt een veel groter percentage van de IC’s deel aan een module omdat dit hen helpt de kwaliteit van zorg te verbeteren. Het stellen van prioriteiten voor andere modules, de hoge administratieve last (en laag gewaardeerde ondersteuning van eigen IT afdeling en EPD leveranciers) en kosten zijn bepalend waarom niet aan alle modules wordt meegedaan. Na de introductie gaf Armand Girbes een prikkelende presentatie over de meerwaarde van kwaliteitsregistraties. Hij vindt kwaliteitsregistraties goed omdat dit mensen aanzet met de kwaliteit van zorg bezig te gaan en deze awareness is vaak al voldoende om de kwaliteit van zorg te verbeteren. Er moet niet een te grote waarde toegekend worden aan de exacte cijfers van zogenaamde kwaliteitsindicatoren, de resultaten zouden er met name toe moeten leiden dat men vaker bij elkaar in de keuken gaat kijken zodat we van elkaar gaan leren. Voor dit doeleinde zou de registratie beperkter kunnen zijn of gedurende korte perioden op specifieke domeinen gericht. In de toekomst zou men zich meer moeten richten op Artificial Intelligence voor de ruwe data waardoor steeds betere actiegerichte feedback kan worden gegeven die de zorg voor de patiënt direct kan verbeteren.

 

Berichten
december 2018
NICE Discussiebijeenkomst 2018
juli 2018
juni 2018