De funnelplot

Om de variatie in SMR tussen verschillende deelnemende IC’s inzichtelijk te maken, wordt gebruik gemaakt van de zogenoemde funnelplots. In een dergelijke plot wordt iedere IC als stip afgebeeld. De waarde op de x-as geeft het verwachte aantal sterfgevallen van de betreffende IC aan en de waarde op de y-as geeft de waarde van de voor Nederland geijkte SMR aan. De horizontale lijn geeft de gemiddelde geijkte SMR weer, welke de waarde 1 heeft (zie uitleg bij het onderwerp mortaliteit). De kromme lijnen vormen de bijbehorende 95%- en 99,8%-Control Limits (CL) en benadrukken dat er niet één waarde van de SMR als normaal beschouwd moet worden, maar dat er afhankelijk van het aantal verwachte sterfgevallen een range aan waarden normaal is.

 

De voor Nederland geijkte SMR van een IC kan puur door ‘ toeval’ iets lager of hoger dan 1 uitvallen zonder dat er sprake is van een structureel en duurzaam aanwezige oorzaak. Een geijkte SMR boven de 99,8%-CL wordt geïdentificeerd als een IC met waarschijnlijk een structurele oorzaak of tekortschietende kwaliteit die de verhoogde sterfte verklaart. Dit vraagt dus zeker om nader onderzoek naar mogelijke oorzaken bij de betreffende IC. De control limits moeten echter niet gezien worden als harde grenzen tussen ‘toeval’ en ‘aanwezigheid van structurele oorzaken of tekortschietende kwaliteit’ maar als zones van toenemende waakzaamheid. Omdat de grens tussen ‘toeval’ en ‘aanwezigheid van structurele oorzaken of tekortschietende kwaliteit’ niet met zekerheid en in harde getallen vast te stellen is, moeten funnelplots altijd voorzichtig geïnterpreteerd worden. De kans dat een IC zonder ‘aanwezigheid van structurele oorzaken of tekortschietende kwaliteit’ een geijkte SMR boven of onder de CL heeft is 5% bij de 95%-CL en 0,2% bij de 99,8%-CL. Aan de andere kant, een IC die in achtereenvolgende kalenderjaren een licht verhoogde geijkte SMR binnen de 99,8%-CL (of 95%-CL) heeft, kan de ‘aanwezigheid van structurele oorzaken of tekortschietende kwaliteit’ betekenen ondanks dat de waarde van de geijkte SMR binnen de 99,8%CL ligt. Om een goed beeld te krijgen van de sterfte op een IC, dienen de geijkte SMR’s in de voorafgaande kalenderjaren dus ook betrokken te worden bij de beoordeling. Bij de berekening van de bandbreedte van de funnel is rekening gehouden met heterogeniteit in de SMR tussen ziekenhuizen die niet door verschillen in case-mix veroorzaakt wordt, maar ook onvoldoende wordt ondervangen door de variantie in het model. Door een zogenaamde factor voor overdispersie toe te voegen, wordt toegestaan dat de variantie iets groter wordt en daarmee de CL iets opgerekt worden. Het doel is om te voorkomen dat de sterfte in een bepaalde IC als gevolg van ontoereikende case-mix correctie te snel als structureel verhoogd of verlaagd wordt gekwalificeerd.